1. Balans en acceptatie
Neurodiversiteit benadrukt de waarde van verschillen. TCM benadrukt balans tussen polariteiten, niet het wegpoetsen van extremen. Beide visies nodigen uit tot acceptatie van diversiteit als natuurlijk en waardevol.
2. Reguleren van prikkelverwerking
In TCM-termen wordt overprikkeling vaak gezien als een disbalans tussen lever-energie (hitte, spanning) en hartenergie (gevoeligheid, rusteloosheid). Praktijken zoals ademwerk, acupressuur of tai chi kunnen helpen om innerlijke spanning te verzachten, zonder te pathologiseren.
3. Voeding en energiehuishouding
Neurodivergente personen merken vaak sterke effecten van voeding op stemming en focus. TCM beschouwt voeding als energie (qi) met thermische en emotionele eigenschappen. Door te kiezen voor zachte, aardende voeding (bijv. warme maaltijden, zoete smaken in natuurlijke vorm, vezelrijke producten) kan iemand zijn energie beter stabiliseren.
4. Ritme en structuur
Waar ADHD bijvoorbeeld vaak gepaard gaat met pieken en dalen in energie, moedigt TCM aan om het natuurlijke ritme te volgen — niet naar strakke schema’s, maar naar de cyclus van dag en seizoenen. Dit bevordert **zelfzorg in harmonie met natuur en lichaam**.
5. Zelfinzicht en zelfregulatie
Beide domeinen stimuleren introspectie. In plaats van symptomen te bestrijden, nodigen ze uit tot zelfkennis en zelfacceptatie. Dat bevordert autonomie en mentale rust.
